
Het veroorzaakte nogal wat hilariteit in Elim op een donderdagmorgen tijdens het koffiedrinken. Twee mannen kwamen naast elkaar te zitten met hetzelfde overhemd aan. Beide mannen werden er koud noch warm van: ze vonden het prima zo! Daarbij werd wel de vraag gesteld: Hoe zouden twee dames reageren, wanneer ze gelijk gekleed naast elkaar zouden zitten? Van de dames heb ik tot nu toe nog geen reactie gehoord.
Wat in elk geval duidelijk is: het samenkomen op donderdagmorgen van rooms-katholieken en protestanten en ‘hoe jij jezelf ook maar ziet’, wordt als heel waardevol ervaren. Elke keer getuigt de grote opkomst daarvan. Officieel komen we samen om een kopje koffie met elkaar te drinken. Een spreker is niet nodig; er wordt met elkaar gesproken. Op alle mogelijke manieren: over het weer en hoe warm het is en dat het fijn is, wanneer er weer regen valt. Maar ook over persoonlijke dingen, zodat de een zijn of haar verhaal kwijt kan bij de ander. En ook hoor je vaak de verwondering: fijn dat dit tegenwoordig kan! Want dat stralen beiden mannen uit: de een is van rooms-katholieke huize, en de ander behoort bij de protestantse tak van geloven, ooit gereformeerd. Denkend aan ‘ooit’ komen de verhalen over hoe gescheiden men vroeger optrok en hoe verschillen werden benoemd en uitvergroot. Je was niet gelijk, maar je was vooral on-gelijk aan die ander.
De twee mannen met dezelfde overhemden demonstreren onbedoeld, dat in de ontmoeting met elkaar onder het genot van een kop koffie mensen van verschillende kerkelijke richtingen ontdekken, dat er zoveel is, waarin je gelijk bent, ook wat betreft het geloven in God. Een rooms-katholiek vertelt mij hoe waardevol het is om voor het naar bed gaan een ‘Wees Gegroetje’ te bidden, en de geloofsbelijdenis van de kerk op te zeggen. Als protestant blijf ik het waardevol vinden om samen met mijn vrouw bij de maaltijd een stukje uit de bijbel te lezen. Het liep zo samen: na het maken van de foto in Elim lazen mijn vrouw en ik Psalm 39, een psalm van David, waarin hij tegen God zegt, dat het bestaan van de mens niet meer is dan lucht. David wil daarmee niet zeggen, dat een mens waardeloos is. Ik lees daarin: Laten we onszelf niet te groot maken en verheffen boven een ander. Hoe vaak is dat niet gebeurd tussen kerkmensen: je voelt je ver verheven boven iemand, omdat hij van een andere kerk is en je zet je af tegen die ander, zonder echt in gesprek te gaan met elkaar. En toch gebeurt het nog steeds tussen kerken en geloofsgemeenschappen, zo lees ik in de kranten.
Daarom vind ik deze foto, gemaakt in Elim op een donderdagmorgen zo kostbaar: twee mannen uit een verschillende kerkelijke traditie, die met elkaar aan de praat raken en beseffen: het moet maar eens afgelopen zijn met het je verheven voelen boven de ander. In Gods ogen zijn wij gelijk: twee kwetsbare mensen.
Ds. Gerhard ter Maat




